Even pinnen
Gehaast trek ik de deur achter me dicht. Waarom sta ik toch altijd zo laat op? Regen. Toch maar terug om een paraplu te halen. Mijn nieuwe tas met boeken die ik toch niet ga lezen in de trein bungelt aan mijn schouder.
Op het station aangekomen heb ik nog wat tijd om koffie te kopen. Oja, en een broodje lust ik ook wel als ontbijt.
Nog steeds tijd over; laat ik eens pinnen. Nogal klunzig sta ik erbij: De paraplu poog ik met mijn benen in klemmmen maar die kukelt voorover. Het zakje met het broodje heb ik beet met mijn tanden. Vervolgens probeer ik mijn portemonne uit mijn net krappe spijkerbroekzak te halen. Zodra ik hem beet heb bedenk ik me dat het nu lastig is om mijn pinpas eruit te krijgen. In mijn andere hand zit namelijk nog de hete koffie. Het bekertje zet ik voorzichtig op de ietwat naar mij toe aflopende rand van de pinautomaat.
Behoedzaam haal ik de pas uit m'n portemonnee en steek hem in de gleuf. Halverwege het intypen van mijn pincode wordt er een koude hand op mijn schouder gelegd en de tekst "Moet ik je even helpen?" in mijn linkeroor getetterd. Er gaat een rilling door me heen en draai me geschrokken om. De paraplu klettert op de grond; de tas glijdt van m'n schouder; het papieren zakje zwiept in mijn gezicht; mijn portemonnee knijp ik fijn met een gebalde vuist. De vriendelijke man kijkt me verschrikt aan. "Nee" is het enige dat ik uit weet te brengen met het zakje nog altijd tussen mijn tanden.
Ik draai me met een zucht van verlichting om, maak de pinsessie af, raap mijn paraplu op, pak mijn koffie op en lach nog even vriendelijk naar de verbouwereerde man. "Je moet niet proberen te multitasken; dat kunnen alleen vrouwen." Dat vind ik dan weer wel een goeie grap, maar weet er door de afgelopen onthutsende taferelen even niets op te zeggen. En gelukkig hoef ik niet ook nog een treinkaartje uit de volgende automaat te halen.
Op het station aangekomen heb ik nog wat tijd om koffie te kopen. Oja, en een broodje lust ik ook wel als ontbijt.
Nog steeds tijd over; laat ik eens pinnen. Nogal klunzig sta ik erbij: De paraplu poog ik met mijn benen in klemmmen maar die kukelt voorover. Het zakje met het broodje heb ik beet met mijn tanden. Vervolgens probeer ik mijn portemonne uit mijn net krappe spijkerbroekzak te halen. Zodra ik hem beet heb bedenk ik me dat het nu lastig is om mijn pinpas eruit te krijgen. In mijn andere hand zit namelijk nog de hete koffie. Het bekertje zet ik voorzichtig op de ietwat naar mij toe aflopende rand van de pinautomaat.
Behoedzaam haal ik de pas uit m'n portemonnee en steek hem in de gleuf. Halverwege het intypen van mijn pincode wordt er een koude hand op mijn schouder gelegd en de tekst "Moet ik je even helpen?" in mijn linkeroor getetterd. Er gaat een rilling door me heen en draai me geschrokken om. De paraplu klettert op de grond; de tas glijdt van m'n schouder; het papieren zakje zwiept in mijn gezicht; mijn portemonnee knijp ik fijn met een gebalde vuist. De vriendelijke man kijkt me verschrikt aan. "Nee" is het enige dat ik uit weet te brengen met het zakje nog altijd tussen mijn tanden.
Ik draai me met een zucht van verlichting om, maak de pinsessie af, raap mijn paraplu op, pak mijn koffie op en lach nog even vriendelijk naar de verbouwereerde man. "Je moet niet proberen te multitasken; dat kunnen alleen vrouwen." Dat vind ik dan weer wel een goeie grap, maar weet er door de afgelopen onthutsende taferelen even niets op te zeggen. En gelukkig hoef ik niet ook nog een treinkaartje uit de volgende automaat te halen.
1 opmerking:
Je wilt niet weten hoe herkenbaar dit is voor mij! Ik probeer ook altijd te multitasken als een vrouw, maar steeds wordt ik weer met de realiteit geconfronteerd...
*blijft proberen*
Een reactie posten